Repertoire

Vanaf de oprichting heeft de KOV voor de grote oratoria van de 19de en 20ste eeuw als
kern van zijn repertoire gekozen en heeft deze dan ook vrijwel allemaal uitgevoerd.
Daarnaast voert het koor grote Latijnse concertmissen en andere geestelijke werken uit.
Het Requiem van Verdi kan als het standaardwerk van de KOV beschouwd worden. De
oprichter van de KOV, Bernard Sleumer, plaatst het in 1948 voor het eerst op het
programma en het wordt in 2013 voor de zeventiende keer uitgevoerd.

Naast de Verdi-traditie ontwikkelt zich in de loop der jaren een zekere voorliefde voor
Mendelssohn, met onder andere uitvoeringen van zijn twee grote oratoria: de Paulus en
Elias. De romantiek blijft als muzikale bron gekoesterd: werken van Beethoven, Schubert
en Brahms, maar ook componisten uit de latere romantiek zoals Berlioz, Saint-Saëns,
Liszt, Poulenc, Fauré en Reger komen op het programma.
De muzikale traditie met betrekking tot kerkmuziek is in het KOV-repertoire nog steeds
herkenbaar onder andere door de uitvoering van werken van Nederlandse kerkmuziek van
componisten als Andriessen, Strategier, Monnikendam en Geelen.

De KOV laat zich echter niet alleen door traditie leiden. Het koor zoekt inspiratie en
vernieuwing in een gedurfd geestelijk en wereldlijk repertoire. Zo gaan traditie en
vernieuwing op een bijzondere wijze samen. Onder Chris Fictoor wordt het programma
van de (laat)romantiek geleidelijk uitgebreid naar de 20ste eeuw met muziek van onder
meer Elgar, Bloch, Kodály, Lauridsen en Duruflé. Ook wordt vaker gekozen voor een
wereldlijk werk met bijvoorbeeld Die Ruïnen von Athen van Beethoven en The Music
Makers van Elgar. Bij het 65 jarig bestaan van de KOV wordt een compositieopdracht
uitgevoerd van de wereldlijke cantate `Roep van stad en land` van Chris Fictoor.

Met de komst van Bram van der Beek als dirigent komt er een nieuw element in de
programmering. De KOV zoekt naast werken van de bekende componisten werken van
andere, voor het koor minder bekende componisten, zoals Vasks, Vaughan Williams, Pärt,
Gounod, en verdiept zich in de Engelse hymnes van o.a. Carter, Whitbourn, Byrd en Parry.
Deze werken worden uitgevoerd met wisselende begeleidingsensembles, wat weer een
nieuw aspect aan de uitvoeringen geeft.

Wij streven naar twee concertuitvoeringen per jaar, een groot concert en een klein concert.
Het grote concert bestaat uit een hoofdwerk eventueel aangevuld met een enkel of enkele
kleinere werken, behorend tot het repertoire van een oratorium koor. Een kleiner werk als
onderdeel van een groot concert kan met enige regelmaat een vernieuwend werk zijn. De
begeleiding bij een groot concert bestaat uit wat de componist heeft voorgeschreven dan
wel een geaccepteerd of volgens de dirigent interessant alternatief. Zo´n groot concert met
orkestbegeleiding wordt minstens één keer in de twee jaar geprogrammeerd.
Het kleine concert bestaat uit een samenhangend geheel van verschillende kleinere
werken. De begeleiding bij een klein concert bestaat uit enkelvoudige instrumenten of een
klein ensemble. Een vernieuwend werk maakt met enige regelmaat deel uit van het kleine
concert. Bij het programmeren van een klein concert wordt altijd de mogelijkheid verkend
voor samenwerking met andere amateurmusici.