Voor moderne begrippen was het podium erg vol, met de meer dan honderd man tellende Katholieke Oratorium Vereniging en een flink symfonieorkest, maar de massa die Mendelssohn bij de Engelse première van zijn oratorium Elijah voor zich zag, was aanmerkelijk groter: 125 man orkest en meer dan 250 koorzangers. Bij de K.O.V. ging het werk in het Duits, maar dat maakte het er niet minder Händeliaans door want hij was bij het componeren zeker de grootste inspiratiebron voor Mendelssohn. Groots en machtig hoort bij de Elias, maar daar komt vreemd genoeg ook een flinke dosis Biedermeier-achtige braafheid in de muziek bij, waardoor ze veel aan een bepaalde tijd is gebonden dan oratoria van Mendelssohns barokke voorbeelden. En misschien ook maken die factoren het werk tot een anachronisme, als verklanking van een geloofswereld die nu, voorzichtig gezegd, niet meer algemeen gangbaar is. Hoe onverzettelijk het koor van Mendelssohn in 1846 heeft gezongen weten we natuurlijk niet, maar de K.O.V. maakte de indruk, zeer van zijn zaken overtuigd te zijn. Vooral in het eerste deel werd er stevig, maar ook een beetje gelijkvormig gezongen, soms aan de plompe kant en met weinig aandacht voor de dynamische nuances die echt zijn voorgeschreven. Het tweede deel liet in dat opzicht meer variatie horen,
|
Gebeurtenis: Elias van Mendelssohn door de Katholieke Oratorium Vereniging en het Noord Nederlands Orkest o.l.v. Chris Fictoor. Solisten: Janny Zomer en Machteld Vennevertloo, sopraan; Ans van Dam en Ellen Smit, alt; Marcel Beekman en Jean Klostermann, tenor; Pieter Hendriks en Jokab Horacek, bas.
Gehoord: 30 mei in De Oosterpoort Groningen. Publiek: 950.
en daar werd het koor overtuigender, al waren er natuurlijk altijd wel slakjes om zout op te leggen. Dat gold niet alleen het koor: het dameskwartet dat een van de koren in het tweede deel inleidt, zat niet bepaald goed, om maar eens iets te noemen. Bij de solistenkeuze (acht, maar met vier 'hoofdzangers') klonk een zekere tweeslachtigheid door: theatrale timbres van sopraan Janny Zomer en mezzo Ans van Dam tegenover het lichte en meer naar oratorium neigende tenorgeluid van Marcel Beekman en de betrekkelijk licht gehouden bariton van Pieter Hendriks. Hij klonk in de titelpartij niet als de autoritaire profeet zoals die in het Oude Testament wordt opgevoerd, maar dat kwam beslist ook omdat dat hij een zieke collega verving. Al met al heeft de K.O.V. met solisten en orkest voor een heel acceptabele uitvoering gezorgd, maar die bleef hoe dan ook een hele zit.
PAUL HERRUER
|
|