<%@LANGUAGE="VBSCRIPT" CODEPAGE="1252"%> <Requiem van Fauree>

CONCERTKOOR KOV GRONINGEN

Concertkoor

 

over de KOV
dirigent
repertoire
kaartjes bestellen
nieuwsbrief
meezingen?
vrienden KOV

 

concerten

contact

 

Gabriel Fauré

Op 12 mei 1845 wordt Gabriel-Urbain Fauré geboren, als jongste van 6 kinderen, in Pamiers aan de voet van de Pyreneeën. Op negenjarige leeftijd werd hij naar Parijs gestuurd naar de Ecole de Musique Religieuse et Classique. Daar krijgt hij les van Saint-Saëns in compositie, evenals piano- en orgelles. Zijn eerste stukken stammen uit circa 1861. In 1865 wint Fauré een eerste prijs voor compositie. Datzelfde jaar verliet hij de school en bezette achtereenvolgens diverse organistenplaatsen.

In 1896 wordt hij compositieleraar aan het Parijse conservatorium en was daar directeur van 1905 tot 1920, toen hij ontslag moest nemen wegens hardhorendheid. Hij sterft in Parijs op 4 november 1924.

Zijn muzikale stijl past in de Franse traditie die hij via Saint-Saëns heeft meegekregen. Deze kenmerkt zich, in vergelijking met romantischer Franse componisten, door het gematigde karakter, de grote logica en het teruggrijpen op klassieke vormen. Hij wordt wel de wegbereider van het impressionisme gezien.

Fauré verschilde vaak van mening met de kerk over de stijl en de aanpak van de kerkmuziek. De toenmalige kerkelijke leiding was er veel aan gelegen om aan de smaak van de toenmalige kerkbezoekers tegemoet te komen. Daarom was er volgens Fauré geen plaats voor echte religieuze muziek en klonken er vaak populaire opera-achtige composities in de kerken. Deze wereldse pracht en praal moet Fauré een wat verwrongen beeld van het religieuze bedrijf hebben gegeven. Zijn eigen religieuze opvattingen waren enigszins atheïstisch. Hij weigerde de dogma’s van de moederkerk volledig te omarmen. Deze opvatting horen we terug in zijn requiem. Het koor, de twee solisten, orkest en orgel brengen de Franse kerkmuzikale klankwereld van het einde van de 19e eeuw prachtig tot leven.

De versie van het requiem die tegenwoordig wordt uitgevoerd is niet de oorspronkelijke. De eerste uitvoering van het in 1887 gecomponeerde werk vond plaats op 16 januari 1888 in de beroemde Madeleinekerk in Parijs. Het werk bevatte toen nog geen Offertorium en ook het Libera me was nog niet opgenomen. In 1889 voegde Fauré het Hostias toe en wat later ook nog het ‘canonkoor’ O Domine Jesu Christe dat het Hostias omringt. Daarmee ontstond het Offertorium in zijn huidige vorm. Het Libera me was al in 1877 gecomponeerd, maar werd pas in 1890 aan het Requiem toegevoegd. Opvallend is dat in het begin van deze eeuw het requiem lang niet zo populair was als tegenwoordig. Wat dit requiem anders maakt dan andere, is het feit dat van de Sequentia (Dies irae) alleen het laatste stukje overbleef (Pie Jesu) dat op de plaats van het Benedictus terechtkwam. Het Benedictus ontbreekt dan ook. Verder komen het Libera me en het In Paradisum normaal gesproken ook niet in een requiem voor. Al met al heeft dit Requiem een heel vredig, berustend karakter, vooral ook omdat het vaak toch opstandig klinkende Dies irae is weggelaten.