<%@LANGUAGE="VBSCRIPT" CODEPAGE="1252"%> <Requiem Verdi>

CONCERTKOOR KOV GRONINGEN

Concertkoor

 

over de KOV
dirigent
repertoire
kaartjes bestellen
nieuwsbrief
meezingen?
vrienden KOV

 

concerten

contact

 

Concert Requiem van Verdi

Dirigent
Chris Fictoor

Solisten
Clara de Vries (sopraan)
Jose Scholte (alt)
Andre Post (tenor)
Frans Fiselier (bas)

Uitvoering Katholieke Oratorium Vereniging (KOV) met Noord Nederlands Orkest (NNO)
Grote Zaal van De Oosterpoort
16 april 2004

DvhN,19-4-04 Met de Dag des Oordeels zat het wel snor


Giuseppe Verdi - Messa da Requiem

De geschiedenis van Verdi’s Requiem begon met een misstap. Het was 22 april 1873 toen de bekende dichter en schrijver Alessandro Manzoni, die door Verdi zeer bewonderd werd, bij het verlaten van de kerk van San Fedele struikelde en van de trappen viel. Hij stierf ter plekke, 88 jaar oud.

Een meesterwerk
Enkele weken later liet Verdi aan zijn vriend en muziekuitgever Ricordi weten dat hij het plan had opgevat om een requiemmis te schrijven ter nagedachtenis aan de grote dichter. Verdi, toen zelf 60, was op dat moment de belangrijkste operacomponist van Italië. Hij had bijna al zijn grote opera’s al geschreven, op Otello en Falstaff na. Zijn aankondiging veroorzaakte dan ook grote opwinding in muzikale kringen, men verwachtte een meesterwerk in de religieuze muziek.

Enthousiast ontvangen
In mei 1973 vertrok Verdi, samen met zijn vrouw, naar Parijs, waar hij begon te werken aan het Requiem. Het werk was voltooid op 10 april 1874 en de première vond plaats in de kerk van San Marco in Milaan op 22 mei van datzelfde jaar, Manzoni’s eerste sterfdag.

Het werk werd enthousiast ontvangen en veroverde na Italië ook de rest van Europa. Alleen in het Victoriaanse Engeland lukte het niet om de Royal Albert Hall vol te krijgen. Ondanks lovende kritieken bleef het puriteinse Engelse publiek wantrouwig tegenover een liturgisch werk dat niet gepast plechtstatig en bezadigd was. In Italië werd het stuk zo populair dat het bij allerlei gelegenheden in allerlei uitvoeringen plaatsvond, zelfs gespeeld door fanfareorkest, of in een versie voor 4 piano’s. Verdi, die alleen het beste wilde voor zijn Requiem (in Londen vond hij alleen de Royal Albert Hall geschikt, vanwege de uitmuntende akoestiek), kon hieraan uiteraard zijn goedkeuring niet geven, maar het stuk was onderhand niet meer alleen van hem, maar van het hele Italiaanse volk.

Werk van een genie
Ook onder vakgenoten werd het Requiem over het algemeen zeer positief ontvangen. De meeste waren het met Brahms eens dat het het werk van een genie was. Sommigen waren echter minder positief: Wagner schijnt, nadat hij het werk had gehoord, te hebben opgemerkt dat het maar beter was om niets te zeggen, en de bekende dirigent Hans van Bülow noemde het ‘een opera in een religieus jasje’. Een uitspraak die hij later overigens terugnam. Het is waar dat het Requiem elementen van de opera in zich draagt. Het werk is een van Verdi’s latere werken, en hij maakt gebruik van de muzikale middelen die hij in zijn opera’s heeft ontdekt. Voor de luisteraar is het op sommige momenten bijna onmogelijk om je geen theatrale voorstelling te maken van wat er zich in het stuk afspeelt. Zo’n punt is bijvoorbeeld het begin van het laatste deel, het Libera me.

Liturgische oorsprong
Het Requiem heeft echter het karkater van een oratorium; religieuze muziek bestemd voor de concertzaal, met de duidelijke liturgische oorsprong van een requiemmis. De Messa da Requiem bestaat uit teksten uit de rooms-katholieke liturgie voor overledenen. In de tijd dat het werk werd geschreven, behoorde daar ook de sequentia Dies irae nog toe. Bij het Tweede Vaticaans Concilie (1963) is dit gezang buiten de liturgie geplaatst vanwege de te dramatische tekst. Andere wisselende en vaste misgezangen komen in het werk van Verdi niet voor, zoals het Graduale, het Credo en het slotgezang In paradisum. Op indrukwekkende wijze geeft Verdi uitdrukking aan de religieuze symboliek van deze tekst. Vooral de duisternis en het ontzagwekkende van het doodsbesef treden in het werk sterk naar voren. Daarbij haalt Verdi alle muzikale expressiemiddelen uit de kast om de zeggingskracht te verdiepen. Zo horen we een breed scala aan wisselende toonsoorten, grote dynamische contrasten, murmelende en explosieve koordelen; dramatische, maar ook intieme getuigenissen van de solisten; momenten van binnen de muziek uitgeschreven spannende stiltes; dreigen klappen van het orkest (in reusachtige bezetting); triomfmarsen en klaroenstoten, maar ook momenten van verstilling en rust, waarbij de twijfel overigens vaak weer op de loer ligt in de vorm van chromatiek en vreemde harmonische wendingen.

Bij het Requiem van Verdi wordt de luisteraar aldus boven de dagelijkse realiteit uitgetild, en geconfronteerd met de mysteries van dood en leven.

 

 

 

   
Requiem van Verdi en KOV
Vanaf 1973, toen
Chris Fictoor
dirigent van Concertkoor KOV werd, staat het Requiem van Verdi om de tien jaar op het programma, namelijk in de jubileumjaren 1973, 1983, 1993 en in plaats van 2003: 2004.
Het Requiem is onder leiding van de vorige dirigent,
Bernard Sleumer,

vaker opgevoerd, namelijk van 1938 tot 1973
twaalf keer.
In zijn bijna zeventig jarig bestaan heeft Concertkoor KOV het Requiem 16 keer opgevoerd.

Dirigenten Fictoor en Sleumer