<%@LANGUAGE="VBSCRIPT" CODEPAGE="1252"%> <Oosterpoort Chris Fictoor2008>

CONCERTKOOR KOV GRONINGEN

Concertkoor

 

over de KOV
dirigent
repertoire
kaartjes bestellen
nieuwsbrief
meezingen?
vrienden KOV

 

concerten

contact

 

In zijn 70-jarig bestaan heeft Concertkoor Katholieke Oratorium Vereniging veel oratoria gezongen. Vanavond laten zij u de lievelingsdelen van koor én publiek horen. Het is een selectie van hemelse momenten. Want wie wordt niet bezield door de bruisende vitaliteit van Mozarts ‘Krönungsmesse’ of door de strijd in de ‘Paulus’ van Mendelssohn? En wie wordt niet betoverd door de schepping van het licht in de ‘Schöpfung’ van Haydn of door Blochs ‘Avodath Hakodesh’? Dirigent Chris Fictoor neemt na 35 jaar afscheid o.a. met twee delen uit zijn oratorium ‘Rilke Lieder’, die hij speciaal voor deze gelegenheid heeft bewerkt. 



Dirigent Chris Fictoor neemt met dit concert na 35 jaar trouwe dienst afscheid van de KOV. Een kort gesprek met een man wiens leven nauw verbonden is aan het koor…

“Ik ben bij de KOV terechtgekomen door mijn voorganger, Bernard Sleumer. Hij heeft het koor in 1938 opgericht. De KOV heeft in zijn zeventigjarig bestaan dus twee dirigenten gehad. Bijzonder, temeer omdat Sleumer mijn leermeester is. Ik heb vanaf mijn zevende jaar onder zijn hoede gezongen, hij stond destijds aan het hoofd van de kathedrale koorschool. Op mijn vijftiende werd ik zijn assistent-dirigent en zo zeilde ik vervolgens als tenor de KOV in. Toen hij in 1973 na 35 jaar stopte, werd ik als zijn opvolger aangesteld.”

“Onder invloed van de dirigentenwisseling ging het koor ernstig in ledental achteruit. Je moet je voorstellen, ik was 25 en nog maar amper afgestudeerd. Dat gaf wel druk, maar ik was jong en ambitieus. Uiteindelijk trokken er vanuit de diverse jongeren- en kerkkoren veel mensen naar de KOV. Dat betekende niet alleen een enorme verjongingsimpuls, maar ook een vernieuwing ten aanzien van het repertoire. Mijn voorganger had zeker aandacht voor eigentijdse muziek, maar doordat wij het koor weer min of meer moesten opbouwen, konden we dat als een soort beleid inbouwen. Zo zingen wij naast de traditionele, negentiende-eeuwse oratoria ook werk van Nederlandse componisten en

hebben we compositieopdrachten gegeven. Maar we doen geen muziek van vóór Mozart, daar hebben we altijd streng de hand aan gehouden. Een koor van 120 mensen, daar ga je geen barokmuziek mee zingen.”

Wat springt er voor u echt uit in al die jaren?

“Dat is het ‘Requiem’ van Verdi, een standaardwerk van de KOV dat zo eens in de vijf jaar wordt uitgevoerd. Sleumer heeft het bij de herdenkingen van de Bevrijding na de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd. In 1973 heb ik het bij zijn afscheid meegezongen en ik heb het zelf ook enkele malen gedirigeerd. Dat waren toch wel emotionele momenten, ik was mij er van bewust dat ik in de geschiedenis van het koor en mijn voorganger stond.”

Uw leven is nauw verbonden met de KOV, waarom neemt u eigenlijk afscheid?
“Ik ben gevoelig voor getalssymboliek. Ik vond 35 en 35 een heel mooi moment. Je moet sowieso denk ik op je hoogtepunt stoppen, dat mensen niet zeggen: ‘wanneer houdt ‘ie nou eens op?’. Ik wil dat moment zelf bepalen. Bovendien vind ik het ook belangrijk dat het koor op deze wijze zichzelf weer kan vernieuwen.”

Op het programma staan onder meer twee delen uit een eigen werk van u: ‘Rilke Lieder’. Hebben die met afscheid te maken?
“Het is een werk gezet op teksten van Rainer Maria Rilke, de beroemde Duitse mystieke dichter. Ik heb twee jaar in Nijmegen aan de theologische faculteitcolleges spiritualiteit gevolgd. Daar kwam ik in aanraking met een van zijn dichtbundels: ‘Das Stunden-Buch’ (Het getijdenboek). Die teksten raakten mij enorm. Toen ik in 1996 afscheid nam als directeur van het conservatorium in Enschede, kreeg ik opdracht een oratorium te componeren. Ik heb toen gekozen voor teksten van Rilke. Voor mijn afscheid van de KOV heb ik het werk opnieuw gearrangeerd. Het waren oorspronkelijk zes delen, ik heb de eerste twee eruit gekozen: ‘Stunde’ en ‘Dunkelstunden’. Prachtige teksten! Het is de monnik die terugkijkt op zijn leven en zegt: ‘Mijn jongensdromen zijn begraven, want daar ben ik nu te oud voor. Maar op het graf groeit een boom.’ Een prachtig beeld.”