<%@LANGUAGE="VBSCRIPT" CODEPAGE="1252"%> <Kerstconcert>

CONCERTKOOR KOV GRONINGEN

Concertkoor

 

over de KOV
dirigent
repertoire
kaartjes bestellen
nieuwsbrief
meezingen?
vrienden KOV

 

concerten

contact

 

Kerstconcert met
Christmas carols

Martinikerk 18 december 2004

Katholieke Oratorium Vereniging
Friese Jeugd Brassband

Dirigenten Chris Fictoor en Durk Lautenbach
Organist Pieter Pilon


Op zaterdag 18 december 2004 vond een sfeervol kerstconcert plaats in de Martinikerk in Groningen. Aan dit concert werkten mee Katholieke Oratorium Vereniging (KOV), de Friese Jeugd Brassband en organist Pieter Pilon.


 

Op het programma stonden o.a. Engelse Christmas carols, Light of the world van Edward Elgar, Hark the herald angels sing van Felix Mendelssohn en Fantasy on Carols en het aanstekelijk arrangement van de hedendaagse Engelse componist Darius Battiwalla centraal. Daarnaast had componist Klaas van der Woude in opdracht van de KOV een arrangement geschreven voor koor, orgel en brass op bekende kerstliederen.

De geschiedenis van de Christmas carol

Hoewel het Kerstfeest, zeker in de Engelstalige landen, niet los te zien is van het zingen van kerstliederen, hadden carols van oorsprong niets van doen met het Kerstfeest, of met het christendom.

Over de vraag waar het woord ‘carol’ vandaan komt, bestaan de nodige speculaties, maar het is waarschijnlijk dat het via het Franse woord ‘caroler’ is terug te voeren tot het Latijnse ‘choraula’ en het Griekse ‘choros’, een rondedans begeleid door zang die vooral voorkwam in drama, religieuze vieringen en vruchtbaarheidsrituelen. De carol uit de oudheid speelde een belangrijke rol in de viering van de winterse zonnewende, wanneer het voorbijgaan van de kortste dag de komst van de lente voorspelde. Met de opkomst van het christendom werd in eerste instantie het ‘heidense’ karakter van de carols geaccentueerd: de levendige dansritmes stonden in schril contrast met de afgemeten gezangen van de nieuwe religie. Tot in de 15e eeuw werd de ‘carula’ zelfs regelmatig veroordeeld door de kerk.
De Verlichting bracht hier echter verandering in. Het nieuwe humanisme bracht ook in de kerk een andere kijk: de figuur van Jezus werd meer mens en de kribbe werd als symbool van de geboorte een bijna net zo belangrijk object van verering als het kruis.

Een belangrijke rol in deze nieuwe belangstelling voor het feest van de geboorte werd toebedicht aan Franciscus van Assisi. Al meer dan een eeuw eerder werd in Italiaanse kerken in de kersttijd gezongen en gedanst rond een kribbe, maar het waren Franciscus en zijn volgelingen die ervoor gezorgd hebben dat het beeld van het ‘kindeke’ in een kribbe met stro, omringd door de dieren, wijd verbreid werd.
De franciscaner monniken waren ook meer direct betrokken bij het ‘christenen’ van de Carol. Leden van de orde van de minderbroeders ontwikkelden in de 13e eeuw de ‘lauda’ een inheems Italiaans religieus gezang met een dansritme dat veelal wordt gezien als het prototype van de christelijke carol. In de late Middeleeuwen ontstonden vele carols die ook nu nog gezonden worden en waarvan de bekendste ‘In dulci jubilo’ is. De franciscaner monniken zijn ook degenen geweest die de Christmas carol in Engeland hebben geïntroduceerd.

De periode van 1400 tot 1550 was de bloeitijd van de Engelse carol. ‘On Christmas night all Christians sing’ is een van de carols uit die tijd die nog steeds gezongen wordt. Ook vanavond ontbreekt deze carol niet.

De Christmas carol had bovendien een belangrijke plaats ingenomen in de kerkelijke kerstviering, omdat de geestelijken wel inzagen dat de vrolijke kerstliederen een aantrekkelijker vorm waren m de boodschap in te verpakken dan het monotone gregoriaans en de strenge Latijnse hymnes.

De komst van de Reformatie betekende dat het zingen van Christmas carols in de Engelse kerk weer in de ban werd gedaan. In tegenstelling tot Duitsland, waar Maarten Luther zelfs enkele kersthymnes schreef in de stijl van de populaire volksliederen, stond de Engelse kerk onder invloed van Calvijn, die een hekel had aan alles, behalve metrische psalmen.
Buiten de kerk bleef de Christmas carol onverminderd populair, binnen de kerk werd er met argwaan naar gekeken. Vooral in schotland, waar carols geassocieerd werden met hekserij. Menig slachtoffer van de heksenvervolging bekende wel een Christmas carol gezonden te hebben.

Hoewel het verbod op Christmas carols in 1660 werd opgeheven, bleef de gevestigde kerk de principes van Calvijn trouw. Kerstliederen werden slechts mondjesmaat toegelaten in de kerkdiensten.
In huiselijke krijg en op straat werden de Christmas carols wel regelmatig te horen. De Engelse traditie van het ‘wassailing’, het van deur naar deur gaan om te zingen en te drinken op de gezondheid van de bewoners, stamt uit de vroege Middeleeuwen. De oorsprong ervan ligt waarschijnlijk in het heidense gebruik om op Driekoningenavond zingend en schreeuwend door de boomgaarden te trekken en de wortels van de bomen te besprenkelen met cider om zo de kwade geesten te verjagen en de vruchtbaarheid te bevorderen.

In de eerste helft van de 19e eeuw begonnen verschillende Engelse, onder invloed van de Romantiek, de oude Christmas carols te verzamelen, omdat men merkte dat de oude carols steeds minder gezonden werden. Zo werden door de Londense advocaat en antiquair William Sandys verschillende carols van de vergetelheid gered. Als hij er niet was geweest, had u vanavond waarschijnlijk niet kunnen luisteren naar ‘The first Nowell’ en ‘I saw three ships come sailing in’.

Carols speelden een belangrijke rol in de Victoriaanse herontdekking van het Kerstfeest als een vooral huiselijk feest van gezelligheid. Veel nieuwe Christmas carols zagen het licht. Ook de Amerikanen lieten zich niet onbetuigd. Uit deze tijd stampt ook de ‘white Christmas’ geen uitvinding dus van Bing Crosby, maar van Victoriaanse tekstdichters. Veel van de Christmas carols uit deze zijn zijn nog steeds bekend, zoals ‘Away in a manger’, O little town of Bethlehem’ en ‘It came upon the midnight clear’.

 

 
   

Friese Jeugd Brassband

De Friese Jeugd Brassband is in 1990 opgericht en staat vanaf de oprichting onder leiding van dirigent Durk Lautenbach.
Het orkest bestaat uit ongeveer dertig enthousiaste en getalenteerde jonge muzikanten uit heel Friesland. De leeftijd van de orkestleden ligt tussen de 15 en 25 jaar.