|
|
Concert Coeli Enarrant van Saint-Saëns
Requiem van Mozart |
Concertkoor KOV met NNO
Woensdag 6 november 2002
De Oosterpoort te Groningen
Programma:
Camille Saint-Saëns Coeli Enarrant
Wolfgang Amadeus Mozart Requiem
Dirigent:
Chris Fictoor
Solisten en orgel:
Claudia Patacca en Lisette Emmink (sopraan)
Joke de Vin (alt)
Robert Getchell (tenor)
Christian van Es, Marcel van Dieren,
Christian Blaha en Frans Fiselier (bas)
Piet Wiersma (orgel)
Dvhn: KOV zingt aangenaam onkerkelijk Saint-Saëns, 8-11-2002
|
|
|
Camille Saint-Saëns
(1835-1921)
Camille Saint-Saëns leven besloeg een lange periode waarin de muziek zich stormachtig ontwikkelde. Van Chopin via Wagner en Debussy tot Schönberg en Stravinsky, zij waren allen tijdgenoten van Saint-Saëns. Net als Mozart was ook Saint-Saëns een wonderkind. Hij gaf zijn eerste pianorecital al op 11-jarige leeftijd.
Saint-Saëns heeft een uitgebreid oeuvre nagelaten, waarvan de symfonische gedichten en de opera Samson et Dalila tegenwoordig de bekendste zijn, samen met de Carnaval des Animaux. Voor iemand die zichzelf als een 'volslagen ongelovige' typeerde, heeft hij een rijke erfenis aan kerkmuziek nagelaten.
Coeli Enarrant (Psaume XVIII) op.42
Hoewel Coeli Enarrant feitelijk niet tot de zogenaamde programmamuziek behoort (waaronder de symfonische gedichten wel vallen), wordt er wel een verhaal verteld. De muziek roept beelden op die het verhaal illusteren en versterken. Let bijvoorbeeld op deel IV, waar het koor de tocht van de zon langs zijn hemelbaan bezingt, daarin begeleid door een constante crescendo/decrescendo-roffel van de pauken.
Het werk werd voor het eerst uitgevoerd tijdens de nachtmis in de Madeleinekerk in Parijs, op 25 december 1865.
In Frankrijk wordt dit werk van Saint-Saëns regelmatig uitgevoerd in de kersttijd. Dat het in Nederland nog nauwelijks is uitgevoerd (dit wordt, voor zover wij hebben kunnen nagaan de tweede keer dat het werk op een Nederlands concertpodium tot klinken komt), ligt zeker niet aan de kwaliteit. Het is wellicht wel te wijten aan de bijzondere bezetting met acht solisten, waarvan vier baritons. Bovendien is er een iets minder prominente rol weggelegd voor het koor. In Saint-Saëns tijd werd het baritonkwartet overigens gezongen door baritons uit het koor, waaruit blijkt hoe goed de amateurzangers uit de koren van die tijd waren.
De eerste helft van de psalm, gaat over hoe de glorie van God te zien is in de natuur, in de wisseling van dag en nacht, in het stijgen van de zon aan de hemel. Zonder woorden wordt God geëerd. Daarna, vanaf deel V, komen de woorden van de Tora centraal te staan. In de muziek zien we ook een contrast: is deel IV nog een stuk voor koor en tuttie orkest, deel V is ineens heel intiem: alleen twee sopraansolisten, een viool, een altviool en de harp zijn overgebleven. In de volgende delen wordt dit weer uitgebouwd, om te eindigen zoals het begon, het eerste deel is tevens het laatste, en daarmee is de cirkel rond, de volgende dag breekt aan, zonder woorden.
|
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Requiem, K.626
Ook het Requiem van Mozart is een cirkel. Het eerste en het laatste deel zijn identiek, althans qua muziek, want de teksten zijn wel verschillend. Die herhaling mag een noodgreep lijken van Süßmayr, de componist die het werk ten eind heeft geschreven (immers, Mozart stierf voordat hij zijn Requiem had kunnen voltooien), maar is het niet. Mozart, die zijn dood zag aankomen, vroeg zijn leerling Süßmayr het werk te voltooien, en droeg hem nadrukkelijk op de muziek van het eerste deel ook voor het laatste te gebruiken. Daardoor wordt het laatste stuk overigens lastiger te zingen: in het begin van het werk zijn de noten op de tekst geschreven, in het laatste deel is de tekst naar Mozarts noten geplooid.
De ontstaansgeschiedenis van het Requiem begint in juli 1791, wanneer een boodschapper Mozart de opdracht voor een dodenmis komt geven. De opdracht, die met geheimzinnigheid omgeven is, is afkomstig van graaf Walsegg-Stuppach, een muzikale charlatan die compositieopdrachten verstrekt en ze vervolgens als van hemzelf presenteert.
Toen Mozart stierf, was het werk nog niet voltooid. Mozart's vrouw Constanze vroeg diverse componisten of zij het werk wilden voltooien, en uiteindelijk vond zij Süßmayr bereid om de 'eindredactie' voeren. In het voorjaar van 1792 werd het voltooide werk aan de opdrachtgever overhandigd.
Welke stukken van het Requiem zijn nu echt van Mozart afkomstig? Bronnenonderzoek heeft uitgewezen dat het complete Introitus, de fuga uit het Kyrie, de eerste acht maten van het Lacrimosa en de opzet van het Offertorium van Mozarts hand zijn.
Het einde van het Lacrimosa en het Agnus Dei ontbraken volledig in Mozarts manuscript, hoewel er wel verhalen de ronde doen dat Süßmayr aantekeningen van de meester tot zijn beschikking had. Sommige stukken, zoals delen uit het Agnus Dei zijn zo goed gecomponeerd dat ze onmogelijk van de leerling alleen afkomstig zouden kunnen zijn. Het enige blad met aantekeningen dat echter bewaard is gebleven, is het begin van een dubbelfugatisch Amen aan het eind van het Lacrimosa, dat nu juist niet door Süßmayr is gebruikt.
Hoewel niet alles in het Requiem dus van Mozarts hand is, is het werk wel zo doordrenkt van zijn geest, dat het eindresultaat een overweldigend meesterwerk is. Ook iemand die niets afweet van de ontstaansgeschiedenis, de ontberingen die Mozart op het eind van zijn leven moest doorstaan, kan in dit Requiem het contrast horen tussen de angst voor de dood en de hoop op verlossing. Hoewel je je niet aan de indruk kunt onttrekken dat, zeker in de delen die in elk geval van Mozart zijn, de angst de overhand heeft. Hij is in meer dan een opzicht te vroeg gestorven. |
| |
|
|
|
|
 
Vier baritons
Coeli Enarrant van Saint-Saëns bevat een kwartet voor
vier baritons.
Een van de partijen wordt verzorgd door Frans Fiselier, de overige worden gezongen door drie jonge baritons, allen studenten van
Frans Fiselier aan het Brabants conservatorium.
|