CONCERTKOOR KOV GRONINGEN

Concertkoor

 

over de KOV
dirigent
repertoire
kaartjes bestellen
nieuwsbrief
meezingen?
vrienden KOV

 

concerten

contact

 

Ein deutsches Requiem van Brahms
Psalm 42 (Wie der Hirsch schreit) van Mendelssohn


Dirigent
Chris Fictoor

Solisten

Ellen Schuring (sopraan)
Carles van Tassel (Bariton)

Organist
Pieter Pilon

Uitvoering Concertkoor KOV begeleid door NNO
Grote Zaal Oosterpoort
23 november 2005

Johannes Brahms (1833-1897)
Ein deutsches Requiem


Toen Ein deutsches Requiem in 1867 in première ging, was het Weense publiek niet erg onder de indruk. Brahms was bij het Weense publiek hooguit bekend als dirigent van de Singakademie, een positie die hij in 1863-63 bekleedde. In die functie had hij de Weners laten kennismaken met de composities van componisten als Bach en Schutz, werken waaraan de Weense oren maar moeilijk konden wennen. Het was dan ook niet zo verwonderlijk dat Brahms' meesterwerk, dat juist zo sterk beïnvloed is door de muziek van o.a. Bach, als moeilijk en zwaar werd ervaren. En dan te bedenken dat de Weners niet eens het complete werk te horen kregen: dirigent Johann Herbeck had Brahms ervan weten te overtuigen dat het Weense publiek, gewend aan lichtere of in elk geval bekendere kost, het geduld niet zou hebben om zulke zware en veeleisende muziek tot zich te nemen. Dus werden, in plaats van de zes delen die het Requiem toen kende, alleen de eerste drie delen uitgevoerd.
Gelukkig werden de zes delen een jaar later in Bremen met meer enthousiasme ontvangen, waarop Brahms het werk voltooide. In 1869 werd het complete deutsches Requiem voor het eerst uitgevoerd in Leipzig.

Net als in de muziek van zijn inspirator Bach vervult de tekst een belangrijke rol in Ein deutsches Requiem. Brahms gebruikte voor het werk diverse bijbelse teksten, zowel uit het oude en nieuwe testament als uit de apocriefen.
Zo ontstaat een eigenzinnig en zeer persoonlijk document. In tegenstelling tot de katholieke requiem-mis, waar de nadruk ligt op de dreiging van de dag des oordeels, staan verzoening met de sterfelijkheid en troost voor hen die achterblijven centraal.
De dood is immers de verlossing uit het aardse tranendal? Zo calvinistisch is het stuk echter ook weer niet: velen hebben gewezen op het humanistische karakter van Brahms' werk. Zo refereert hij niet één keer aan Christus, of aan Gods toorn op de dag des oordeels, en ook de wederopstanding is eerder een transformatie, een verandering van het zijn, dan een letterlijke, lijfelijke terugkeer op aarde. Door het hele werk heen staat niet alleen de verlossing centraal, maar juist ook de angst om te sterven en de behoefte aan troost van de nabestaanden. In die zin heeft Brahms een werk gecomponeerd dat mensen van vele gezindten aanspreekt.

Kenmerkend voor dit requiem is de voortdurende afwisseling tussen stervensangst en eeuwigheidshoop, tussen treurnis en troost. De componist symboliseert dit in de muziek onder andere door contrastrijke afwisselingen van toonsoorten. Maar uiteindelijk is het karakter toch vooral optimistisch, wat muzikaal bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in het gebruik van majeur toonsoorten.

Verder greep Brahms ook terug op oude tradities en gebruikte hij barokke middelen om zijn doel te bereiken. Duidelijke voorbeelden daarvan zijn de ritmes en maatsoorten in het stuk. Was het tot voor kort gebruikelijk om Brahms langzaam en (mee)slepend te vertolken, sinds een aantal jaren worden ook de werken uit de romantiek uitgevoerd volgens 'autentieke' uitvoeringspraktijken. Dat betekent voor het deutsches Requiem bijvoorbeeld dat bepaalde delen (veel) sneller gespeeld worden, waardoor het 'dansachtige' karakter meer tot uitdrukking komt. Daarbij baseert men zich onder andere op oude partituren uit Brahms' tijd met metronoomaanduidingen, waaruit bijvoorbeeld blijkt dat deel I in die tijd bijna een keer zo snel gespeeld werd als later gebruikelijk werd. Ook de tekst wint hierdoor aan zeggingskracht. Brahms koos namelijk vaak maatsoorten die het ritme van de tekst onderstrepen.

Zo vertelt Ein deutsches Requiem ons een verhaal, dat dan dreigend, dan weer berustend, of troostend van toon is.

Jannet Wielinga

 

 

 

 

 

 

 

   



18
33
-
1
Foto's Martijn Heemstra 897

 

endelssohn
1809-1847